Pol Veldhuizen

What it can not be

You can command your mind to focus on an object. But sometimes I wish that this could be turned around. What if the object could put your focus on itself? That way you don't have to focus on the object, the object makes sure you are focussed on it.

P. Perry's comfort zones

The everyday is something inevitable.

One can dive deeper into their interests,

but eventually one is always drawn back to the everyday and the superficial.

This is the reason I try to make things that only suspend a bit above the everyday.

I place myself on this thin line, where the superficial gets a little bit more complicated.

*Met rommelig bedoel ik natuurlijk dat het een feest was van gips, doeken en hout. Ik wist niet waar ik me op moest focussen, er waren vlekken in het haar van Flo die prachtige speelde met de vlekken op de grond. Flo legde me uit dat ze wilde onderzoeken wat de beeldende dialoog wat tussen deze werken, en welke rol de omgeving hierin speelde. Om deze vragen uit het verbale en in het fysieke te brengen zijn we dit onderzoek gestart.

De eerste manier om de omgeving uit te schakelen was om deze omgeving een neutrale taal te laten spreken. We kozen dus voor een witte muur, belicht met wit licht, begrensd door een wit plafond en een lichtgrijze vloer. Op deze plek leek de hele plek te wijzen naar het werk. Op het oppervlak van het werk gingen mijn ogen op een ontdekkingstocht naar de verschillende schaduwen en texturen van het gips, met hier en daar een wolkenstreep van pastelblauw. Als een vliegtuigraam kijkt, dan lijkt het alsof je een groot uitzicht hebt, maar dat gevoel hebben de mensen aan de andere kant van het vliegtuig ook. Alleen als we in een ontzichbaar vliegtuig zouden vliegen zouden we werkelijk kunnen zeggen dat we het hele uitzicht kunnen zien. Zo is het ook een beetje bij het werk van Flo. Het werk moet niet begrensd worden door zichzelf, het moet een beeldend samenspel aangaan met de omgeving eromheen. Dit is de reden dat we een stapje in die richting zijn gegaan.

Hier kun je zien dat er een beeldend spel gebeurt tussen het werk en de buizen op de muur, de vloer en de oude schoorsteenmantel. De schoorsteenmantel en de vloer vertellen de maat en de hoogte van het werk. Omdat het werk voor de plint hangt lijkt het ook iets meer te 'staan' in de ruimte. Dit soort beeldende spanningen zorgen dat de omgeving ook een soort gedeelte van het werk wordt. Toen het nog aan de muur hing leek het werk los te hangen van de ruimte. Gelukkig is hier sprake van een omgeving die neutraal spreekt, maar die niet ontkent dat het een kamer is waar andere kamer-dingen bestaan.

Ten opzichte van de kleuren eromheen verandert het werk alsof het alleen maar een wit vlak is. Mijn ene oog kijkt naar de kleuren eromheen terwijl het andere zich op dit witte vlak probeert te concentreren. In deze omgeving vertellen de witte en de pastelblauwe kleuren een ander verhaal dan in de allereerste ruimte. Ook lijkt hier een soort ruzie plaats te vinden. Het werk wordt door de omgeving niets meer dan een wit vlak genoemd, terwijl het werk deze omgeving een felgekleurde schreeuwerige chaos noemt. We verplaatsen het werk naar een plek waar het misschien niet een ruzie begint, maar op zijn minst wel een discussie. We hangen het in mijn huiskamer.

In mijn huiskamer hang ik kleine fysieke herinneringen. Die gebruik ik als een soort denk-compagnons. De lijst herinnert mij eraan dat de omlijsting van een vraagstuk zorgt voor blindheid voor wat buiten deze grens valt. Het kleine roze object doet mij aan een gesimplificeerd model van hersenen denken. Zo word ik herinnert aan mijn vermogen tot zelfreflectie. Als het werk van Flo hier hangt wordt het ook een soort denk-compagnon. Het wordt iets wat me verteld over een wereld waar woorden en interpretatief denken een kleinere rol spelen.